
Een Fulli tolbadge bespaart je in Frankrijk, Spanje, Portugal en Italië letterlijk minuten per tolpoort. Geen muntjes zoeken, geen ticket dat wegwaait, geen vreemde reikwijdtes naar een betaalautomaat. Toch ervaart bijna 90% van de gebruikers die problemen hebben met detectie, simpelweg een verkeerde plaatsing op de voorruit. De juiste positie is dus geen detail, maar cruciaal voor een betrouwbare doorgang en een correcte facturatie.
Daar komt bij dat moderne auto’s vaak zijn uitgerust met een athermische voorruit, grote sensorhuizen achter de binnenspiegel en uitgebreide ADAS-camera’s. Die technieken zijn uitstekend voor comfort en veiligheid, maar kunnen het radiosignaal van de Fulli badge dempen of afketsen. Een bewuste keuze van de plek op de ruit – en een nette montage – voorkomt wachtrijen, mislukte detecties en discussie achteraf over tolkosten.
Met een aantal heldere richtlijnen per type ruit en voertuig is de tolbadge in een paar minuten optimaal geplaatst, zodat je vervolgens jaren zorgeloos van elektronische tolheffing profiteert.
Standaardpositie van de fulli tolbadge op de voorruit volgens franse en spaanse tolconcessies
Exacte plaatsing achter de binnenspiegel: referentie fulli-handleiding en SANEF/ASF-richtlijnen
Franse tolconcessiehouders zoals SANEF en ASF, maar ook Fulli zelf, zijn opvallend eenduidig: de beste plek voor de Fulli tolbadge is centraal achter de binnenspiegel, aan de binnenzijde van de voorruit. Dit is de zone waar de tolpoortantenne het signaal het meest betrouwbaar oppikt. Zie de Fulli-handleiding als referentie voor deze standaardpositie.
Concreet betekent dat:
- de badge horizontaal, met het logo naar je toe, direct achter of net rechts van de binnenspiegel;
- niet in de hoeken van de voorruit en niet tegen de A-stijl;
- vrij zicht tussen badge en tolpoort, zonder zonneschermen of dashboardsierdelen ertussen.
Bij veel recente auto’s vormt dit middengebied een soort “communicatievenster” voor systemen als télépéage, parkeerbadges en in sommige landen ook automatische tolvignetten.
Verticale en horizontale positionering binnen het ‘gezeefdrukte’ donkergrijze vlak
Veel voorruiten hebben rondom de binnenspiegel een donkergrijs of zwart gezeefdrukt vlak, vaak met kleine zwarte stipjes aan de randen. Dit vlak verbergt lijm, sensoren en bedrading, maar is meestal ook precies de plek waar het glas minder of niet gemetalliseerd is. Voor de Fulli tolbadge is dat ideaal, omdat het radiosignaal zonder demping naar buiten kan.
Een praktische richtlijn voor de verticale en horizontale plaatsing binnen dat vlak:
Houd ongeveer 2 à 3 cm afstand tot de rand van de binnenspiegelvoet en positioneer de badge in het midden van het gezeefdrukte vlak. Zo blijft de badge buiten je directe gezichtsveld, maar toch in de optimale detectiezone van de tolpoort. Denk aan dit vlak als een soort “sweet spot” waar techniek en zicht elkaar niet in de weg zitten.
Afstand tot de a-stijl, hemelbekleding en dashboard ter voorkoming van signaalreflectie
Waarom niet gewoon onderaan de ruit, op het dashboard? Bij sommige campers en buscampers werkt dat inderdaad, maar in personenauto’s ontstaat daar sneller signaalreflectie door het dashboard, de ruitenwissermotor en metalen verstevigingen. Reflectie verzwakt de effectieve signaalsterkte, waardoor de antenne in de tolpoort de Fulli badge soms te laat of helemaal niet ziet.
Een goede richtlijn is om:
- minstens 10 cm weg te blijven van de A-stijl links en rechts;
- de badge niet direct tegen de hemelbekleding te plakken, maar iets lager;
- de badge niet op of achter het dashboard te leggen als primaire oplossing.
De combinatie van een vrije bliklijn naar buiten en voldoende afstand tot metalen delen verhoogt de betrouwbaarheid van de detectie, vooral bij non-stop stroken met 30 km/u (t30).
Uitleg over het leesvenster van de tolpoort (TIS-PL en VIA-T antennes) en detectiezone
Om de plaatsing beter te begrijpen, helpt een korte blik op de techniek in de tolpoort. Boven iedere elektronische tolstrook hangt een antenne die in Frankrijk (TIS-PL) en Spanje (VIA-T) in de 5,8 GHz-band communiceert met jouw Fulli badge. Deze antenne heeft een detectiecone: een soort onzichtbare kegel die naar voren en naar beneden wijst en de voorruit van je voertuig “aftast”.
De meest gevoelige zone van die kegel is rond het midden van de voorruit, op de hoogte van de binnenspiegel. Vandaar dat vrijwel alle tolmaatschappijen die positie als standaard adviseren. Zie het als een scanner bij een supermarkt: houd de barcode in het midden van het raam, niet halverwege buiten beeld. Zo minimaliseer je het risico dat de slagboom niet tijdig opent, zeker bij hogere doorrijsnelheden.
Waar plaats je de fulli tolbadge bij een warmtegelaagde of gecoate voorruit (athermische ruit)
Herkenning van een athermische voorruit (Saint-Gobain, pilkington, AGC) en het ‘raampje’ voor badges
Een athermische voorruit bevat een dunne metaalcoating (bijvoorbeeld door Saint-Gobain, Pilkington of AGC) die zonnewarmte reflecteert. Uitstekend tegen hitte in het interieur, maar minder gunstig voor radiosignalen. De coating werkt als een soort kooi van Faraday, waardoor de Fulli tolbadge moeilijker communiceert met de antenne in de tolpoort.
Kenmerken van zo’n ruit zijn onder meer:
- een duidelijke violet- of blauwachtige gloed als je onder een bepaalde hoek naar de ruit kijkt;
- symbolen of opschriften zoals
Solar Reflect,ClimaCoatofAthermiquein het ruitlogo; - een zwart gestippeld of donker vlak rond de binnenspiegel met een zichtbaar “raampje” of raster.
Dat raampje is vaak een zone zonder metaalcoating, speciaal bedoeld voor tolbadges, afstandsbedieningen voor garages en soms voor GPS-ontvangst. Precies daar hoort de Fulli tolbadge geplaatst te worden.
Gebruik van het ongecoat ‘rastervak’ achter de spiegel bij merken als renault, peugeot, volkswagen
Bij veel Europese merken – Renault, Peugeot, Citroën, Volkswagen, Skoda – is achter de binnenspiegel een rastervak zichtbaar: kleine puntjes of een opvallend recht vlak in het grotere zwarte gebied. Dit is de ongecoate zone van de athermische ruit. Voor bestuurders die richting Zuid-Europa reizen is dat rastervak de ideale plek voor de Fulli tolbadge.
In de praktijk komt het neer op:
- identificeer het rastervak direct achter of naast de binnenspiegel;
- plaats de montageclip van de badge midden in dat vak;
- schuif de badge horizontaal in de houder, met het logo naar het interieur.
Bij lange panoramische voorruiten (bijvoorbeeld sommige monovolumes) adviseren tolmaatschappijen de badge aan de onderrand van het rastervak te plaatsen. Daardoor blijft de badge binnen het leesvenster van de poortantenne, die niet oneindig hoog “naar boven kijkt”.
Alternatieve posities bij voertuigen zonder zichtbaar badge-raampje (tesla model 3, mercedes, BMW)
Bij bepaalde merken, zoals Tesla (Model 3 en Y), Mercedes en BMW, is geen duidelijk badge-raampje zichtbaar of is het ruitontwerp sterk geïntegreerd met camera’s en sensoren. In dat geval vraagt de Fulli tolbadge om een iets creatievere, maar nog steeds technische benadering.
Enkele bewezen alternatieven zijn:
- rechts of links naast de binnenspiegel, net buiten de grote sensorconsole, waar de ruit vaak dunner of minder gemetalliseerd is;
- lager op de voorruit, maar nog steeds binnen het ruitenwisserbereik, om vuilophoping en ijzel te beperken;
- als laatste redmiddel: tijdelijk op het dashboard tegen de ruit, om de beste plek via proefondervindelijk testen te bepalen.
Bij EV’s met sterk gemetalliseerd glas – waaronder verschillende Tesla-modellen – is het soms nodig om een paar poorten manueel te passeren om te testen welke positie consistent werkt. Zodra een positie twee à drie keer betrouwbaar is gedetecteerd, verdient die een vaste montage met de officiële houder.
Invloed van metaaldeeltjes in het glas op de RFID/UHF-communicatie van de fulli badge
De Fulli badge werkt met een vorm van actieve RFID/UHF-communicatie. Het signaal dat jouw badge uitzendt, wordt door metaaldeeltjes in een athermische ruit gedeeltelijk geabsorbeerd of weerkaatst. Het effect is vergelijkbaar met een mobiele telefoon achter een dik betonnen muur verstoppen: de verbinding komt wel door, maar veel minder sterk en soms helemaal niet.
Bij athermische voorruiten bepaalt de aanwezigheid van een vrij, ongecoat “venster” in hoge mate of de tolbadge consistent werkt of slechts sporadisch wordt gedetecteerd.
Daarom benadrukken zowel Fulli als diverse tolconcessies dat de tolbadge noodzakelijk in zo’n vrij venster moet worden geplaatst. Op auto’s zonder herkenbare vrijzone is testen essentieel. Zodra de badge regelmatig in één specifieke positie goed functioneert, loont het om die zone te markeren en daar definitief te monteren.
Correct monteren van de fulli tolbadge: bevestigingsmateriaal, voorbereiding en uitlijning
Reinigen en ontvetten van de voorruit (isopropanol, glasreiniger) voor optimale hechting
Een betrouwbare bevestiging voorkomt dat de Fulli tolbadge tijdens de vakantie loskomt door hitte of trillingen. De meeste problemen ontstaan door vet, siliconenresten of waslagen op de binnenzijde van de ruit. Een degelijke voorbereiding kost amper twee minuten, maar verlengt de levensduur van de montage vaak tot vele jaren.
Effectieve stappen voor het reinigen en ontvetten:
- Reinig de ruit eerst met een reguliere glasreiniger om vuil en stof te verwijderen.
- Ontvet de exacte plakzone vervolgens met isopropanol of een alcoholhoudend doekje.
- Laat de ruit volledig drogen voordat de kleefstrip wordt aangebracht.
Het resultaat is een schoon oppervlak waarop de lijm van de houder maximaal kan hechten, zelfs bij hoge temperaturen in Zuid-Europa.
Gebruik van de originele fulli-kleefstrips versus universele 3M VHB-tape
De originele Fulli-houders zijn voorzien van passende kleefstrips die zijn afgestemd op het gewicht en de vorm van de tolbadge. Deze strips zijn getest op temperatuurschommelingen, uv-licht en trillingen op snelwegtempo. In de meeste gevallen is gebruik van de originele strips de beste en eenvoudigste keuze.
Toch zijn er situaties waarin universele 3M VHB-tape een alternatief kan zijn, bijvoorbeeld als de originele houder hergebruikt moet worden of als de ruitstructuur afwijkend is. Een paar aandachtspunten:
- VHB-tape biedt zeer sterke hechting, maar is lastiger te verwijderen zonder lijmresten;
- snijd de tape exact op maat van de houderbasis om zichtbelemmering te beperken;
- druk de houder na plaatsing 20-30 seconden stevig aan en wacht idealiter enkele uren voordat de badge wordt ingeklikt.
Of de originele strip of een VHB-alternatief wordt gebruikt, de sleutel blijft: schoon glas, juiste druk en voldoende uithardingstijd van de lijm.
Controle van de montagehoogte om zichtbelemmering en APK/TÜV-afkeur te vermijden
Naast techniek spelen ook wettelijke regels rond zichtveld een rol bij de plaatsing van de Fulli tolbadge. Zowel in Nederland als in België en Frankrijk zijn zones vastgelegd waarin stickers, houders en accessoires het zicht van de bestuurder niet mogen hinderen. Deze zones liggen vooral direct vóór de bestuurder in het kritische zichtveld.
Een praktische oplossing is om de badge:
- achter de binnenspiegel te plaatsen, zodat hij in het dode zichtgebied van de spiegel valt;
- niet lager te monteren dan de onderrand van de spiegelvoet;
- buiten het gebied direct voor de bestuurder te houden, zeker bij kleinere voorruiten.
Zo wordt de kans op APK- of TÜV-afkeur klein, terwijl de badge nog steeds optimaal wordt gedetecteerd door de tolpoort. Bij twijfel biedt de montage-instructie van de autofabrikant vaak specifieke aanwijzingen voor toegestane zones.
Herpositioneren van de tolbadge zonder schade aan ruit, regensensor en lichtsensor
Wil je de Fulli tolbadge later verplaatsen, bijvoorbeeld omdat er een dashcam bijkomt? Dan is het verstandig om de houder zorgvuldig te verwijderen. Trek de houder bij voorkeur niet bruut los, maar gebruik een draaiende beweging gecombineerd met lichte druk met de duim aan één zijde. Eventuele lijmresten kunnen met een kunststof spatel en wat isopropanol worden verwijderd.
Een zachte, gecontroleerde verwijdering van de houder voorkomt niet alleen krassen in het glas, maar ook ongewenste druk op regensensoren en lichtsensoren die in de buurt zijn gemonteerd.
Bij auto’s met een grote sensorunit achter de spiegel is het verstandig om de houder altijd iets daarbuiten te plaatsen, zodat het glas boven de sensoren niet kromtrekt of extra spanning krijgt door de kleefkracht van sterke tapes.
Specifieke plaatsingsrichtlijnen per voertuigtype: personenauto, camper, bestelwagen en truck
Montage in personenauto’s met grote binnenspiegelconsole (renault captur, citroën C3, VW golf)
Moderne personenauto’s zoals de Renault Captur, Citroën C3 en VW Golf hebben vaak een forse binnenspiegelconsole waarin camera’s voor Lane Assist, Front Assist en regensensoren zijn geïntegreerd. Daardoor lijkt er weinig ruimte over te blijven voor een tolbadge. In de praktijk is er vrijwel altijd een geschikte strook glas net rechts of links van deze console.
Een efficiënte aanpak:
- Bekijk de ruit van buitenaf om het gezeefdrukte gebied rond de console in kaart te brengen.
- Kies de zijde (links of rechts) waar het minst kans is op conflict met dashcam of telefoonhouder.
- Plaats de houder net buiten de omlijsting van de sensorconsole, maar binnen het donkere vlak.
Zo blijft het zichtveld vrij, is de badge goed bereikbaar en bevindt hij zich toch in het optimale leesvenster van de tolpoortantenne.
Plaatsing in campers met steile of panoramische voorruit (fiat ducato, ford transit, integraalcampers)
Campers, zeker integraalcampers op basis van Fiat Ducato of Ford Transit, hebben een heel andere ruitgeometrie dan personenauto’s. De voorruit staat steiler en is vaak hoger. Daardoor “ziet” de tolantenne de bovenste zone van de ruit soms minder goed. Veel ervaren camperaars plaatsen de badge daarom lager, bijvoorbeeld onderaan de ruit in het midden, zolang dat binnen het wisserbereik ligt.
Praktijkervaring laat zien dat:
- plaatsing in het zwarte vlak achter of net onder de binnenspiegel bij half-integraalcampers meestal prima werkt;
- bij integraalcampers een positie onderaan de ruit, centraal vóór de bestuurder, vaak een snellere detectie oplevert;
- de badge bij gebruik van plisségordijnen nog steeds goed werkt, mits hij daarachter niet volledig afgeschermd wordt door metalen delen.
Een analogie helpt: zie de badge als een “naamplaatje” dat de tolpoort moet kunnen zien. Hoe verder naar voren en hoe minder schuin weg van de antenne, hoe beter de herkenning, zeker bij lange camperneus of brede dashboardkap.
Bevestiging in bestelwagens en bedrijfswagens met eenvoudige voorruit (renault trafic, mercedes vito)
Bestelwagens zoals Renault Trafic, Opel Vivaro en Mercedes Vito hebben vaak een relatief eenvoudige voorruit zonder uitgebreide athermische coating. Dat maakt de plaatsing van de Fulli tolbadge meestal eenvoudiger. De aanbevolen positie blijft achter de binnenspiegel of, bij ontbreken van een binnenspiegel, in het midden bovenaan de ruit.
Omdat bedrijfswagens regelmatig worden ingezet in verschillende landen en door verschillende bestuurders, is een vaste, goed zichtbare montage zinvol. Het voorkomt dat de badge op het dashboard rondslingert, vergeten wordt of onder papierwerk verdwijnt. Tegelijk blijft de badge dankzij de centrale positie altijd binnen het standaard leesvenster van tolsystemen in Frankrijk, Spanje, Portugal en Italië.
Tolbadge-plaatsing in trucks en bussen in combinatie met OBU’s voor LKW-Maut en viapass
Bij trucks, touringcars en andere zware voertuigen speelt een extra factor mee: vaak zijn er al één of meerdere OBU’s (On Board Units) aanwezig voor systemen als Duitse LKW-Maut, Viapass in België of eurovignetten. Die kastjes mogen de Fulli tolbadge niet afschermen of er direct naast hangen, om interferentie en schaduweffecten in het signaal te vermijden.
Een praktische richtlijn is om:
- de Fulli badge horizontaal, iets onder of naast de bestaande OBU te plaatsen, met minimaal 5-10 cm tussenruimte;
- een vrije zichtlijn naar buiten te behouden tussen badge en ruit;
- de badge niet achter dikke zonnekleppen of extra zonweringsfolies te verstoppen.
De voorruit van trucks is vaak groot en steil, wat in voordeel werkt voor de detectie. Mits de badge niet door metalen consoles of zonnekleppen wordt afgeschermd, is de combinatie met bestaande tolapparatuur probleemloos.
Probleemoplossing bij storingen: poortje gaat niet open of fulli tolbadge wordt niet gedetecteerd
Diagnose bij gemiste detectie: positie, batterijstatus en interferentie met andere badges (telepass, Bip&Go)
Zelfs bij correcte montage kan het voorkomen dat een tolpoort niet automatisch opent. De meest voorkomende oorzaken zijn een suboptimale positie, een verouderde batterij of interferentie met andere elektronische badges. Denk aan Telepass, Bip&Go of bedrijfsspecifieke toegangssystemen die soms dicht bij de Fulli badge op de ruit zijn geplakt.
Een systematische diagnose kan er zo uitzien:
- Controleer of de badge goed in de houder klikt en niet losjes tegen de ruit hangt.
- Probeer een andere poort (bijvoorbeeld een gemengde strook met
CBof cash-symbool) om lokale storingen uit te sluiten. - Plaats eventuele andere badges tijdelijk in het handschoenenkastje of in de beschermhoes.
- Check via de klantenomgeving of recent nog transacties zijn geregistreerd; bij 5-7 jaar oude badges kan de batterij leeg raken.
Blijft detectie uit, dan is het vaak nodig de badge te laten testen bij een servicepunt of via de provider een omruiling aan te vragen.
Testen van de badge in manuele tolpoort en bij servicepunten op de autoroute du sud
Op Franse snelwegen, met name op de Autoroute du Sud, zijn servicepunten en tolstations waar medewerkers de Fulli tolbadge handmatig kunnen testen. Bij een manuele tolpoort kun je via de intercom vragen of de badge kan worden uitgelezen. Vaak wordt dan het traject alsnog gekoppeld aan de badge, zodat de facturering via het bestaande contract verloopt.
Een gemiste detectie hoeft niet meteen te betekenen dat alle tolkosten contant of met kaart moeten worden betaald; veel operators kunnen een foutieve doorgang achteraf alsnog op de badge zetten.
Regelmatige controle – bijvoorbeeld eens in de paar jaar voordat een grote vakantie begint – voorkomt verrassingen onderweg. Zeker als een badge al 6 of 7 jaar oud is, gaat de kans op een lege batterij toenemen.
Invloed van ruitsensoren, dashcam-steunen en telefoonhouders op het fulli-signaal
Naast glas en metalen coatings kunnen ook accessoires op de ruit het signaal van de Fulli tolbadge beïnvloeden. Grote telefoonhouders met metalen armen, dashcamsteunen of dikke regensensorbehuizingen kunnen een deel van de radiosignalen blokkeren of reflecteren. Vooral als die direct tussen badge en tolpoort hangen, neemt het risico op storingen toe.
Een praktische vuistregel: zorg dat er geen groot object direct voor de badge aan de binnenzijde van de ruit zit. Plaats dashcams bij voorkeur net onder de binnenspiegel en de Fulli badge iets ernaast, of omgekeerd. Zo krijgt elk apparaat zijn eigen “raam” naar buiten, wat zowel beeldkwaliteit als signaalsterkte ten goede komt.
Optimaliseren van de hoek en oriëntatie van de badge bij wisselende detectieproblemen
Komt het regelmatig voor dat de poort de badge soms wel en soms niet ziet, dan kan de hoek waaronder de badge op de ruit staat, een rol spelen. De interne antenne van de Fulli badge is geoptimaliseerd voor een horizontale oriëntatie, evenwijdig aan het wegdek. Staat de badge sterk scheef gekanteld (bijvoorbeeld bij zeer schuine ruiten), dan wijkt het stralingspatroon af van wat de poort verwacht.
Verfijning is mogelijk door:
- de badge iets lager of hoger te plaatsen zodat de ruit op die plek minder schuin is;
- de houder heel licht te kantelen binnen de grenzen van de adhesive, zodat de badge meer naar de antenne “kijkt”;
- een korte testperiode met een tijdelijke montage (bijvoorbeeld met schilderstape) voordat de definitieve lijmstrook wordt gebruikt.
Dit is vooral relevant bij voertuigen met panoramische voorruiten of bij campers waar het eerste deel van de ruit zeer schuin is en pas verder naar boven rechter gaat lopen.
Combinatie met andere devices op de voorruit: navigatie, vrijstellingen en reglementaire zones
Ruimtelijke scheiding tussen fulli tolbadge, parkeervergunningen en milieustickers (Crit’Air, umweltplakette)
De voorruit is tegenwoordig druk bezet: navigatiesystemen, parkeervergunningen, bedrijfspassen en milieustickers zoals Crit’Air in Frankrijk en de Duitse Umweltplakette. Voor de Fulli tolbadge is een zekere ruimtelijke scheiding gunstig, zodat stickers het signaal niet afschermen en het zicht niet onnodig wordt beperkt.
Een logische indeling ziet er bijvoorbeeld zo uit:
- milieustickers en vignetten aan de onderzijde van de ruit, aan passagierszijde;
- parkeervergunningen aan de onderrand, maar buiten het directe zichtveld van de bestuurder;
- de Fulli tolbadge centraal of rechts van de binnenspiegel, bovenaan de ruit.
Zo blijft ieder element leesbaar voor de juiste instantie en wordt de kans op discussie bij politiecontrole of technische keuring geminimaliseerd.
Afstemming met dashcam en ADAS-camera (lane assist, front assist, verkeersbordherkenning)
Dashcams en ADAS-camera’s gebruiken hetzelfde zichtveld als jij: recht naar voren. De Fulli tolbadge mag dat zicht niet hinderen, maar moet ook niet in het beeldveld van een dashcam verschijnen. Dat leidt niet alleen af tijdens het terugkijken van beelden, maar kan bij sommige camerahouders ook tot ongewenste reflecties of scherpstelproblemen leiden.
Een effectieve ordening:
- Positioneer de ADAS-camera en binnenspiegel centraal, zoals door de fabrikant ontworpen.
- Monteer de dashcam daar net onder of naast, maar binnen het donkere gezeefdrukte vlak.
- Plaats de Fulli tolbadge dan aan de tegenoverliggende zijde van de console, zodat er geen overlap in beeld ontstaat.
Deze opstelling zorgt ervoor dat geavanceerde functies zoals verkeersbordherkenning, automatische noodrem en lane keeping geen last hebben van extra randapparatuur, terwijl de tolbadge optimaal en zichtbaar is geplaatst.
Locatiekeuze in relatie tot ruitenwisserbereik, ijskrabben en zonnebeschermingsfolies
Ook praktische factoren als ruitenwisserbereik en wintergebruik spelen mee. Een badge die buiten het wisserbereik is geplaatst, kan in de winter bedekt blijven door ijs of sneeuw, waardoor het signaal sterk verzwakt. Plaats de badge daarom bij voorkeur in een zone die door de ruitenwisser wordt geraakt, zodat een enkele slag vaak al voldoende is om het leesvenster vrij te maken.
Daarnaast kan het verstandig zijn rekening te houden met:
- de routine bij het krabben van de ruit, zodat de badge niet per ongeluk wordt geraakt door de ijskrabber;
- zonnekleppen die bij gebruik niet over de badge heen vallen en zo tijdelijk een “scherm” vormen.
<lieventuele aangebracht;=”” deze=”” die=”” extra=”” folies=”” kunnen=”” later=”” li=”” signaaldemping=”” veroorzaken;
Door bij de montage al te denken aan zomerhitte, winterijs en dagelijks gebruik van zonnekleppen, krijgt de Fulli tolbadge een positie die niet alleen technisch optimaal is, maar ook praktisch probleemloos blijft tijdens duizenden kilometers vakantie- en woon-werkverkeer.
Wettelijke beperkingen voor zichtveld en stickerplaatsing in nederland, frankrijk en belgië
Tot slot is het relevant rekening te houden met de specifieke voorschriften per land over zichtveld en stickerplaatsing. In Nederland geldt dat het gebied direct vóór de bestuurder – grofweg de ruitenwisserzone aan bestuurderszijde – zo vrij mogelijk moet blijven van stickers en houders. België en Frankrijk hanteren vergelijkbare eisen, met extra aandacht voor het vrije zicht op verkeerslichten en borden.
Een Fulli tolbadge die achter de binnenspiegel, bovenaan in het midden of iets naar passagierszijde is geplaatst, voldoet vrijwel altijd aan deze regels. Zo blijft het zicht helder, blijft de auto probleemloos door APK of controle en wordt tegelijkertijd de meest betrouwbare communicatie tussen de badge en de tolpoortantenne gegarandeerd, ongeacht of je nu door een drukke Franse tolzone rijdt of een rustige Spaanse autovía met VIA-T technologie passeert.