Motorolie lijkt misschien een eenvoudig vulmiddel, maar de keuze tussen 0W30 en 5W30 heeft directe gevolgen voor koude-startslijtage, olieverbruik, brandstofverbruik en de levensduur van je motor. Moderne TSI-, TDI-, HDi- en EcoBoost-motoren zijn ontworpen met extreem kleine toleranties en complexe emissiesystemen, waardoor de juiste viscositeit en specificaties belangrijker zijn dan ooit. Wie de verkeerde olie kiest, kan onnodige kettingproblemen, sludgevorming of een voortijdig versleten turbo in de hand werken. Tegelijkertijd bieden dunne low-friction oliën een merkbare besparing op brandstof en CO₂-uitstoot, mits ze passen bij jouw motor, klimaat en rijprofiel. Begrijpen wat 0W30 en 5W30 exact betekenen en wanneer welke olie geschikt is, helpt je om bewuste keuzes te maken in plaats van blind op een etiket of snel advies aan de balie te vertrouwen.
Sae-viscositeitsclassificatie uitgelegd: wat betekenen 0W30 en 5W30 exact?
Interpretatie van de SAE J300 norm: winterindex (0W vs 5W) en hoge-temperatuurindex (30)
De aanduidingen 0W30 en 5W30 komen uit de SAE J300 norm. Het getal vóór de W is de winterindex en zegt iets over de vloei-eigenschappen bij lage temperatuur. Hoe lager dit getal, hoe makkelijker de olie bij kou pompt en hoe sneller je motor bij de start olie op druk heeft. Het cijfer 30 achter de W geeft de viscositeitsklasse aan bij 100°C, dus bij bedrijfstemperatuur. Zowel 0W30 als 5W30 horen daardoor tot dezelfde “30-klasse” bij warme motor, maar hun gedrag bij vrieskou verschilt duidelijk. Voor jou als bestuurder betekent dit dat 0W30 vooral voordelen geeft bij koude starts, terwijl 5W30 zich bij warme motor heel vergelijkbaar gedraagt.
Koude-startviscositeit: pompgemak en krukasopegning bij -30°C versus -25°C
Volgens SAE J300 moet een 0W-olie nog goed pompen rond -40°C en een 5W-olie rond -35°C, met verschillende grenswaarden voor cranking en pomptest. In de praktijk vertaalt dit zich naar minder interne weerstand en snellere oliedrukopbouw met 0W30 in strenge vorst. Bij -30°C zal een 0W30-olie duidelijk beter rondstromen dan 5W30, wat slijtage op krukaslagers en nokkenassen reduceert tijdens de eerste omwentelingen. In een gematigd klimaat zoals Nederland of België, waar temperaturen zelden onder -15°C zakken, is het verschil minder dramatisch maar nog steeds merkbaar bij koude start, vooral als je veel korte ritten maakt.
Hoge-temperatuur-high-shear (HTHS) viscositeit bij 150°C en invloed op lagersmering
Nog belangrijker dan de 100°C-viscositeit is de HTHS-waarde (High Temperature High Shear) bij 150°C. Deze laboratoriumtest simuleert de dunne oliefilm in zwaar belaste lagers (krukas, nokkenas, big-end lagers). De meeste 0W30 fuel-economy oliën hebben een HTHS rond 2,9–3,0 mPa·s, terwijl veel 5W30 C3-oliën richting 3,5 mPa·s gaan. Een hogere HTHS betekent een dikkere oliefilm en robuustere hydrodynamische smering, maar ook iets meer interne wrijving en dus hoger brandstofverbruik. OEM’s balanceren dit: sommige motoren vragen bewust om low-HTHS olie (brandstofbesparing), andere om hoger HTHS (duurzaamheid bij hoge belasting).
Vergelijking van typische specificaties: 0W30 versus 5W30 datasheets van bijvoorbeeld castrol, shell en mobil
Wie de productdatabladen van merken als Castrol, Shell of Mobil naast elkaar legt, ziet dat 0W30 en 5W30 bij 100°C vaak slechts 0,2–0,5 cSt verschillen in viscositeit, maar bij 40°C kan het verschil 10–20 cSt zijn. Een typische 0W30 heeft bijvoorbeeld rond 68 cSt bij 40°C, terwijl een 5W30 eerder rond 72–80 cSt ligt. Ook de viscositeitsindex (VI) ligt bij 0W30 vaak hoger, wat duidt op stabieler gedrag over een breder temperatuurbereik. Voor jou betekent dit dat 0W30 vlotter door smalle oliekanalen en turbo-assen stroomt na een koude nacht, terwijl 5W30 nét iets dikker blijft onder langdurige hoge belasting bij warme klimaten of hoge snelheden.
Fysische en chemische verschillen tussen 0W30 en 5W30 motorolie
Basisolie-technologie: volsynthetisch (group IV/V) versus hydrocracked (group III) bij 0W30 en 5W30
Om een 0W-viscositeit te halen, gebruiken fabrikanten meestal een hoog aandeel volsynthetische basisoliën (Group IV PAO of zelfs Group V esters). 5W30-oliën zijn vaker gebaseerd op geavanceerde hydrocracked Group III basisolie. Dit is geen wet van Meden en Perzen, maar een duidelijke trend in de markt. Volsynthetische 0W30 heeft doorgaans een betere oxidatiestabiliteit, lagere interne wrijving en betere koudevloei-eigenschappen. Een goede 5W30 op Group III is echter prima bestand tegen dagelijks gebruik en lange verversingsintervallen, zeker in combinatie met de juiste ACEA- en OEM-specificaties.
Viscositeitsindexverbeteraars: stabiliteit, shear-resistentie en sludgevorming op lange termijn
Het grote temperatuurbereik van 0W30 vraagt vaak om meer of geavanceerdere viscositeitsindexverbeteraars (VI-improvers). Deze polymeerachtige toevoegingen maken dat de olie bij kou dun blijft, maar bij warmte niet té dun wordt. Onder hoge shear (bijvoorbeeld in een turbo-lager) kunnen inferieure VI-verbeteraars echter afbreken, wat op termijn de effectieve viscositeit verlaagt. Moderne premium-oliën gebruiken zeer shear-stabiele polymeren die ook bij 30.000 km LongLife-intervallen hun klasse behouden. In goedkope 5W30 of 0W30 olie met zwakke VI-verbeteraars kan daarentegen sneller sludge en viscositeitsverlies optreden, vooral bij veel korte ritten en hoge olietemperaturen.
Noack-volatiliteit en olieverbruik: verdamping van 0W30 versus 5W30 bij hoge motortemperaturen
De Noack-volatiliteit meet hoeveel procent van de olie verdampt bij 250°C. Hoe lager deze waarde, hoe minder olie via de carterventilatie en verbrandingskamer verdwijnt. Veel moderne 0W30 fuel economy oliën zitten rond de 10–13% Noack, goede 5W30 C3-oliën halen vaak waarden onder de 10%. In turbo-benzinemotoren die heet lopen, zoals 1.2 TSI of 1.6 THP, heeft een lage Noack duidelijke voordelen voor olieverbruik en afzettingen op zuigerveergroeven. Een 0W30 van hoge kwaliteit kan dus minder olie verbruiken dan een goedkope 5W30, ondanks de lagere viscositeit bij kou.
Een hoogwaardige 0W30 of 5W30 met lage Noack-volatiliteit en correcte OEM-approval is voor olieverbruik vaak belangrijker dan simpelweg “een dikkere olie” kiezen.
Detergent- en dispersant-additieven: reiniging van turbo, injectoren en zuigerveergroeven
Naast viscositeit onderscheiden 0W30 en 5W30 zich in hun additievenpakket. Detergenten (vaak op calcium- of magnesiumbasis) houden hete oppervlakken zoals zuigerkoppen en turbo’s schoon, dispersanten houden roetdeeltjes zwevend in de olie zodat het filter ze kan afvangen. Moderne ACEA C2- en C3-oliën, zowel 0W30 als 5W30, zijn afgestemd op direct ingespoten turbo-benzine- en dieselmotoren met DPF of GPF. Voor jou is vooral relevant dat een goed additievenpakket koolafzettingen rond zuigerveren en klepseals vermindert, wat op lange termijn olieverbruik en compressieverlies beperkt.
Compatibiliteit met afdichtingen en pakkingen: invloed op olielekkage bij oudere motoren
Oudere motoren kunnen gevoeliger zijn voor olielekkage bij overschakeling naar een dunnere, volledig synthetische olie. Niet omdat de olie “langs de pakkingen loopt”, maar omdat oude, uitgedroogde seals door sterkere reiniging en andere additieven net iets meer gaan zweten. Vaak stabiliseert dit na enkele duizenden kilometers, zeker als de seals nog niet mechanisch beschadigd zijn. Bij een oudere motor met al lichte lekkage kan een goedgekeurde 5W30 met iets hogere HTHS-viscositeit en zorgvuldig gekozen additieven een rustiger keuze zijn dan een ultradunne 0W30 fuel-economy olie.
Invloed van 0W30 en 5W30 op motorprestaties, slijtage en brandstofverbruik
Koude start in de winter: slijtagebeperking in TSI-, TDI- en HDi-motoren met 0W30 olie
Bij elke koude start vindt tot 70–80% van de totale motorslijtage plaats, vooral op nokkenaslobben, zuigerveren en lagers. Hier speelt 0W30 zijn sterkste troef uit: de olie bereikt sneller de kritieke smeerpunten en bouwt sneller oliedruk op. In moderne TSI-, TDI- en HDi-motoren met strakke toleranties, variabele kleptiming en turbo, verkort dit de fase waarin er nog deels grenssmering optreedt. Als je veel korte ritten rijdt, in de winter een koude-start-situatie na enkele uren stilstaan hebt, dan levert 0W30 aantoonbaar minder slijtage op dan 5W30, mits toegestaan door de fabrikant.
Hydrodynamische smering bij bedrijfstemperatuur: oliefilmopbouw in krukas- en nokkenaslagers
Zodra de motor op bedrijfstemperatuur is, worden de meeste lagercontacten gescheiden door een hydrodynamische oliefilm. Omdat 0W30 en 5W30 in dezelfde 30-klasse vallen, is de minimale viscositeit bij 100°C volgens de SAE-norm vergelijkbaar. In de praktijk is een 5W30 vaak net iets dikker bij hoge belasting en wat hogere olietemperaturen, wat de oliefilmreserve in zwaar belaste krukaslagers iets vergroot. Dat verschil speelt vooral bij langdurig hoge toeren, snelweg met caravan of stevig sportief rijden. Bij normaal dagelijks gebruik is het verschil in filmdikte tussen een goede 0W30 en 5W30 echter beperkt.
Brandstofbesparing en CO₂-reductie: 0W30 low-friction olie in moderne downsizing-motoren
0W30-oliën zijn meestal geformuleerd als fuel-economy of low-friction producten. Door de lagere viscositeit bij lage en middelhoge temperaturen neemt de pompweerstand af en vermindert de wrijving in lagers en tussen zuiger en cilinderwand. Fabrikanten rapporteren brandstofbesparingen van 1–3% wanneer wordt overgestapt van een conventionele 5W30 naar een moderne 0W30 met dezelfde OEM-approval. Dat lijkt weinig, maar over 30.000 km vertegenwoordigt het tientallen liters brandstof en een merkbare CO₂-reductie. Daarom verplichten veel merken bij nieuwe motorplatforms een 0W30 of zelfs 0W20-olie met specifieke normen.
De winst in brandstofverbruik van 0W30 ten opzichte van 5W30 is meestal klein maar structureel, en telt zwaar mee in de homologatiecijfers van moderne personenauto’s.
Turbo- en GPF/DPF-bescherming: hittebestendigheid en asarme formuleringen in 5W30 C3 en C4 oliën
Turbo’s draaien vaak boven 100.000 t/min en zien lokale olietemperaturen die richting 200°C pieken. Zowel 0W30 als 5W30 moeten dus thermisch zeer stabiel zijn. Voor auto’s met roetfilter (DPF) of benzinepartikelfilter (GPF) zijn ACEA C2, C3 of C4 specificaties met laag SAPS-gehalte (Low Sulphated Ash, Phosphorus, Sulphur) cruciaal om het filter niet te verstoppen. 5W30 C3-olie met hogere HTHS wordt vaak gekozen waar duurzaamheid en filterbescherming prioriteit hebben, 0W30 C2 voor maximale brandstofbesparing. Beide kunnen je turbo prima beschermen, zolang de OEM-norm (zoals VW 504.00/507.00 of MB 229.52) op het etiket staat.
Geluid en loopcultuur: invloed van viscositeit op mechanisch motorgeluid in bijvoorbeeld BMW en mercedes-motoren
Veel bestuurders merken dat de motor met een iets dikkere olie “rustiger” of “voller” klinkt. Een 5W30 met hogere HTHS kan inderdaad mechanische geluiden iets dempen, waardoor tikken van klepstoters of timingketting minder hoorbaar zijn. Tegelijk kan een goede 0W30 juist voor soepeler doortrekken bij lage temperaturen zorgen, wat als verfijnder wordt ervaren. Bij sommige BMW- en Mercedes-motoren is bij overgang van 5W30 naar 0W30 een lichte toename in mechanisch geluid normaal, zonder dat dit op extra slijtage wijst, zolang de voorgeschreven OEM-approval wordt gevolgd en het oliepeil correct is.
Fabrikantenspecificaties: wanneer schrijft VW, BMW, mercedes of ford 0W30 of 5W30 voor?
Volkswagen-normen (VW 504.00/507.00, 508.00/509.00) en de keuze tussen 0W30 en 5W30 LongLife-olie
Volkswagen koppelt viscositeit altijd aan eigen normen. VW 504.00/507.00 oliën zijn meestal 5W30 en geschikt voor LongLife-onderhoud tot 30.000 km in veel TSI- en TDI-motoren. De nieuwere VW 508.00/509.00 olie is daarentegen vrijwel altijd 0W20 of 0W30 met sterk verlaagde HTHS voor maximale brandstofbesparing. In handleidingen wordt vaak een temperatuurdiagram getoond, maar de VW-norm weegt zwaarder dan de kale SAE-viscositeit. Rijd je een wat oudere 2.0 TDI zonder de nieuwste norm, dan is een 5W30 504.00/507.00 doorgaans de veilige keuze; bij nieuwere Euro 6d-motoren is 0W30 met 508.00/509.00 juist verplicht.
BMW longlife-specificaties (LL-01, LL-04, LL-12 FE, LL-14 FE) en hun koppeling aan 0W30 en 5W30
BMW gebruikt Longlife-specificaties zoals LL-01 (veelal 5W30/0W40), LL-04 (DPF-compatibel, vaak 5W30), en de fuel-economy varianten LL-12 FE en LL-14 FE, meestal 0W30 of 0W20. Voor oudere atmosferische motoren volstaat een LL-01 5W30 uitstekend, bij moderne B48/B58 turbo-benzinemotoren is LL-04 of LL-12 FE met 0W30 of 5W30 aangewezen, afhankelijk van bouwjaar en emissienorm. Een overstap naar een LL-12 FE 0W30 kan in veel gevallen de koude-startbescherming en het verbruik verbeteren, maar bij hoge kilometerstanden kiezen sommige specialisten bewust voor een LL-01 of LL-04 5W30 voor een iets dikkere oliefilm.
Mercedes-benz MB 229.5, 229.51, 229.52: ACEA C2/C3 oliën en viscositeitskeuze per motorcode
Mercedes koppelt motorcodes zeer strikt aan eigen specificaties. MB 229.5 betreft meestal 5W30 of 0W40 full-SAPS oliën voor oudere motoren zonder gevoelige roetfilters. MB 229.51 en 229.52 zijn Low-SAPS oliën conform ACEA C3 of C2, vaak in 5W30 of 0W30. In de praktijk schrijft Mercedes voor veel moderne diesel- en benzinemotoren 5W30 MB 229.51/229.52 voor, maar in koude markten wordt ook 0W30 met dezelfde norm toegepast. Bij twijfel is de motorcode (bijvoorbeeld OM651, M274) leidend; voor sommige AMG-varianten gelden weer aparte viscositeitsadviezen, waarbij 5W30 soms niet langer toegestaan is onder zware belasting.
Ford WSS-M2C913-D, WSS-M2C950-A en EcoBoost-motoren: 0W30 versus 5W30 in praktijkvoorbeelden
Ford staat bekend om een duidelijke voorkeur voor specifieke normen zoals WSS-M2C913-D (vaak 5W30) en WSS-M2C950-A (0W30, veelal ACEA C2). Vooral bij EcoBoost-motoren wordt 0W30 steeds vaker voorgeschreven om LSPI-risico’s (Low Speed Pre Ignition) en afzettingen te beperken. Bij oudere Duratorq-diesels is 5W30 M2C913-D of -C nog gebruikelijk. Voor jou als bestuurder van een EcoBoost of moderne diesel betekent dit dat de Ford-norm strikter is dan de kale viscositeit; een 5W30 zonder juiste WSS-code is dan géén volwaardig alternatief, ook al lijkt de klasse vergelijkbaar.
ACEA C2, C3, A5/B5 classificaties: emissiesystemen (DPF, GPF, SCR) en SAPS-gehalte
Naar Europese maatstaven zijn ACEA C2 en C3 essentieel voor motoren met DPF, GPF en SCR. C2 heeft vaak een lagere HTHS (rond 2,9) en is gericht op brandstofbesparing, C3 houdt HTHS ≥ 3,5 voor robuustere bescherming. Zowel 0W30 als 5W30 komen in C2- en C3-varianten voor. ACEA A5/B5 is een oudere fuel-economy norm zonder expliciete DPF-focus, doorgaans in 0W30 en 5W30 toegepast. Controleer altijd of de gekozen 0W30 of 5W30 ook de juiste ACEA-klasse voor jouw roetfilter en katalysator biedt; een verkeerde SAPS-klasse kan op termijn verstopping en storingen veroorzaken.
Klimatologische omstandigheden en rijprofiel: welke viscositeit past bij jouw gebruik?
Temperatuurdiagrammen uit handleidingen: 0W30 in scandinavische winters versus 5W30 in gematigde klimaten
In veel onderhoudsboekjes staan temperatuurdiagrammen met een bereik voor 0W30, 5W30 en soms 5W40. 0W30-dekking loopt meestal vanaf -35°C tot +30 of +40°C, 5W30 vanaf ongeveer -25°C tot +40°C. In Scandinavische winters, of als je met de auto op wintersport naar gebieden met stevige vorst rijdt, biedt 0W30 extra zekerheid bij koude start. In gematigde klimaten zoals de Benelux en grote delen van Duitsland is een moderne 5W30 doorgaans ruim voldoende, tenzij de fabrikant expliciet 0W30 voorschrijft voor brandstofbesparing en emissies. Kies dus niet alleen op basis van “dunner is beter”, maar in functie van de laagste én hoogste temperaturen waarin jij rijdt.
Kortstondig stadsverkeer, file rijden en start-stop-systemen: thermische belasting van 0W30 en 5W30
Bij veel stadsverkeer en start-stop rijden warmt de olie wel op, maar koelt tussen ritten steeds weer af. 0W30 komt dan snel op druk en maakt het starten bij halfwarme motor net iets lichter. Tegelijkertijd kan de olietemperatuur in files verrassend hoog oplopen, zeker bij warm weer en ingeschakelde airco. Zowel 0W30 als 5W30 zijn voor deze cycli ontworpen, maar een hoogwaardige 5W30 C3 met iets hogere HTHS kan hier iets meer marge geven bij langdurig stilstaan op hoge temperatuur. Heb je een druk stadsprofiel met veel koude starts en een relatief nieuwe motor, dan wegen de voordelen van 0W30 daar vaak zwaarder.
Langdurig snelweggebruik, hoge snelheden en caravan trekken: oliefilmdikte en olieoxidatie
Rijd je lange trajecten op de snelweg, regelmatig met hoge snelheden of met caravan, dan ligt de olietemperatuur blijvend hoger. Dit vraagt om goede oxidatiestabiliteit en een voldoende dikke oliefilm. Hier heeft 5W30, zeker in C3-uitvoering met hogere HTHS, vaak een lichte voorsprong. De hogere viscositeit bij 120–130°C geeft net wat meer smeerreserve op krukaslagers en in de turbo. Ook veroudert de olie iets rustiger. 0W30 kan dit in principe ook aan, mits de OEM-norm en kwaliteitsklasse kloppen, maar bij oudere motoren of hoge kilometerstanden kiezen veel specialisten bewust voor een 5W30 of zelfs 5W40 bij zware aanhanger- of caravanbelasting.
Trackdays en sportief rijden: waarom 5W30 soms wordt vervangen door 5W40 of 0W40 bij extreme belasting
Bij circuitgebruik of zeer sportief rijden (veel hoge toeren, remmen en accelereren) lopen olietemperaturen makkelijk richting 130°C of hoger. De hydrodynamische oliefilm wordt dan erg dun. Daarom wordt bij trackdays vaak overgestapt van 5W30 naar 5W40 of 0W40, afhankelijk van fabrikantadvies. De hogere warme viscositeit geeft meer marge tegen filmdoorbraak, zeker bij oudere motoren. Gebruik je de auto hoofdzakelijk op straat met af en toe eens “doortrekken”, dan blijft de voorgeschreven 0W30 of 5W30 meestal de beste keuze. Maar bij structureel hard gebruik kan een stapje naar dikker binnen de toegestane viscositeitsrange de motor duidelijk ten goede komen.
| Rijprofiel | Aanbevolen viscositeit* | Belangrijkste reden |
|---|---|---|
| Veel koude starts / korte ritten | 0W30 (OEM-goedgekeurd) | Snelle oliedruk, minder koude-slijtage |
| Lange snelwegkilometers / caravan | 5W30 C3 of OEM-5W40 | Dikkere oliefilm bij hoge olietemp. |
| Normaal gemengd gebruik | 0W30 of 5W30 volgens handleiding | Balans tussen bescherming en verbruik |
*Altijd binnen de door de fabrikant toegestane SAE-klassen en specificaties blijven.
Praktische keuzehulp: stap-voor-stap bepalen of 0W30 of 5W30 geschikt is voor jouw auto
Onderhoudsboekje en motortype lezen: OEM-aanbeveling als primaire leidraad
De eerste stap is altijd het onderhoudsboekje en de sticker in de motorruimte of onder de motorkap. Daar vind je vaak zowel de aanbevolen viscositeit als de vereiste OEM-normen, bijvoorbeeld VW 504.00/507.00, BMW LL-04 of Ford WSS-M2C950-A. Kies je 0W30, zorg dan dat exact die norm op het etiket staat; hetzelfde geldt voor 5W30. Gebruik je een online olieselector van een gerenommeerd merk, dan wordt op basis van motortype, bouwjaar en uitlaatgasnabehandeling automatisch de juiste combinatie van viscositeit en specificatie voorgesteld, wat de kans op fouten flink verkleint.
Km-stand en motorslijtage: effect van hogere kilometerstanden op de keuze tussen 0W30 en 5W30
Bij motoren met lage tot middelhoge kilometerstand (zeg tot 150.000 km) is de door de fabrikant voorgeschreven 0W30 of 5W30 meestal de beste keuze. Bij duidelijk hogere kilometerstanden, merkbaar olieverbruik of iets lagere compressie kan een stap van 0W30 naar 5W30 in dezelfde OEM-klasse soms helpen om het olieverbruik te stabiliseren en de oliefilmreserve te vergroten. Let wel: een sterk verhoogd olieverbruik (bijvoorbeeld 1 liter per 1.000 km) wijst eerder op mechanische slijtage of vervuilde zuigerveren dan op “te dunne olie”; de viscositeitskeuze maskeert dan hooguit het symptoom.
Garantievoorwaarden, leasecontracten en dealeradvies versus universele garages
Heb je een auto binnen fabrieksgarantie of leasecontract, dan zijn de voorgeschreven olie en verversingsintervallen bindend. Afwijkingen kunnen bij discussies over motorschade tegen je gebruikt worden. Sommige dealers kiezen uit praktische of commerciële overwegingen één type 0W30 of 5W30 “voor alles”; vraag daarom expliciet naar het productblad en de norm die de gebruikte olie dekt. Universele garages hebben vaak een breder assortiment en kunnen per model gerichter kiezen, maar ook daar is de OEM-specificatie de maatstaf. Je wint weinig met een paar euro goedkopere olie als dit je garantie of motorveiligheid in gevaar brengt.
Online olieselectors (liqui moly, castrol, TotalEnergies) correct gebruiken bij twijfel tussen 0W30 en 5W30
Online olieselectors van grote fabrikanten zijn waardevolle hulpmiddelen, mits je ze correct gebruikt. Vul altijd het exacte type, bouwjaar, vermogen en soms zelfs motorcode in. Krijg je meerdere opties (bijvoorbeeld zowel 0W30 als 5W30), kijk dan goed naar de notities: vaak wordt 0W30 aanbevolen voor koude klimaten of fuel economy, en 5W30 als alternatief voor zwaardere belasting of hogere temperaturen. Check daarnaast of jouw rijprofiel overeenkomt met het geschetste gebruik en of de aanbevolen olie ook lokaal beschikbaar is, zodat je bij tussentijds bijvullen dezelfde specificatie kunt gebruiken.
- Noteer de exacte motorcode en OEM-norm voordat je olie koopt.
- Kijk in de selector naar opmerkingen over klimaat en rijstijl.
- Kies bij twijfel de olie die 100% matcht met de norm in je onderhoudsboekje.
Veilig overstappen van 5W30 naar 0W30 of omgekeerd: spoelen, intervallen en risicoanalyse
Overschakelen van 5W30 naar 0W30 (of andersom) binnen dezelfde OEM-approval is in de meeste moderne motoren probleemloos. Een aparte motorflush is bij normaal onderhoud niet nodig; een volledige oliewissel inclusief filter volstaat. Meng bij voorkeur niet structureel verschillende viscositeiten of normen door elkaar: incidenteel bijvullen is geen ramp, maar plan de eerstvolgende wissel zo dat de olie weer homogeen is. Stap je over naar een dunnere 0W30 in een motor met hoger kilometrage, volg dan de eerste 5.000–10.000 km het oliepeil en eventuele lekkages extra kritisch. Bij een oudere motor met al bestaande sludge kan het verstandig zijn een korter interval (bijvoorbeeld 10.000 km) aan te houden om losgekomen vervuiling veilig af te voeren.
De veiligste manier om tussen 0W30 en 5W30 te wisselen is een volledige oliewissel met nieuw filter, binnen hetzelfde OEM-specificatiekader als je onderhoudsboekje aangeeft.
Zie de keuze tussen 0W30 en 5W30 niet als een eenmalige gok, maar als een beslissing die je kunt herzien wanneer de auto ouder wordt, je rijprofiel verandert of de fabrikant nieuwe specificaties uitbrengt. Door aandacht te hebben voor viscositeit, OEM-normen, klimaat en kilometerstand, krijgt je motorolie de rol die het verdient: die van een actief beschermingsschild tegen slijtage, vervuiling en onnodig hoog brandstofverbruik.